Skip to Content

Om te kunnen aantonen dat verzekerden voldoen aan alle organisatorische, bouwkundige en elektronische (O-B-E) beveiligingsmaatregelen, moeten ze aan verzekeraars een bewijs aanleveren. “De manier waarop ze dat kunnen doen, is de afgelopen tijd wat minder helder geworden. Dat komt omdat de twee brancheverenigingen ieder hun eigen manier van kwaliteitsdocumenten aanleveren hebben”, aldus Van Nierop.

Extra certificaat nodig

Voor 2020 gaf zowel een VEB als BORG-certificaat aan dat aan álle volgens de VRKI geëiste maatregelen werd voldaan. En een opleverbewijs voorzag slechts één van de maatregelen (B of E) van een kwaliteitskeur. “BORG geeft echter een certificaat af bij elke maatregel, of het nu bouwkundig of elektronisch is. Lastig voor verzekeraars, makelaars en tussenpersonen omdat die vanuit het verleden gewend waren om voor hun klanten akkoord te gaan als er een certificaat was afgegeven”, vervolgt de beveiligingsexpert.

Voor hogere risico's

Ook kan het voorkomen dat er een certificaat wordt afgegeven voor een lagere VRKI-klasse dan volgens de VRKI geconstateerd was. In de nieuwe situatie van een BORG-erkend bedrijf kan het dus voorkomen dat nog niet volledig de samenhang is gewaarborgd bij afgifte van een enkel certificaat. Of dat met het nieuwe BORG-A certificaat kan, hangt vooral af van de zwaarte van het risico en de gekozen methodiek om het risico te beoordelen. "Het is er dus niet echt transparanter door geworden, maar voor met name de hogere risico’s biedt BORG-A nu wel een mooi model om aantoonbaar te maken aan een verzekeraar dat het risico voldoende beheersbaar is”, concludeert Van Nierop.

Bij VEB-erkende bedrijven is de afgifte van certificatie overigens ongewijzigd gebleven.

De VRKI in een notendop

Elk te beveiligen locatie kan in Nederland door professionals worden beoordeeld op het inbraak- en diefstalrisico. De meest gebruikte methode daarvoor is de Verbeterde Risicoklassen indeling (VRKI). Dat is een tool die door verzekeraars wordt voorgeschreven en ook jaarlijks door professionals wordt beoordeeld en waar nodig aangepast. “Soms is dat nodig omdat nieuwe technieken opkomen, soms omdat daders hun focus en werkwijze op nieuwe, attractieve of andere goederen hebben gericht. Dat blijft natuurlijk altijd een proces dat steeds opnieuw wordt ingehaald door de werkelijkheid van schades en modernere beveiligingsproducten of -technieken. Maar het is de enige manier om continu in control te blijven van het inbraak- en diefstalrisico”, aldus Van Nierop. “De methode die bij de VRKI wordt toepast, is gebaseerd op de vereenvoudiging van de daderprofielen naar attractiviteit en waarde. Je ziet dat bijvoorbeeld mooi terugkomen in de samenvattingskaart (onder) van deel A. Deel B omschrijft vervolgens op welke wijze de beveiliging moet worden ingevuld op Organisatorisch, Bouwkundig en Elektronisch (O-B-E) vlak.”

Nieuwsgierig naar het hele artikel? Lees het hier!