Skip to Content
PST Event 2025 3962

Autisme, ADHD, hoogbegaafd en ga zo maar door. Steeds meer mensen krijgen een of meer labels opgeplakt. “Daaruit blijkt dat neurodiversiteit nog altijd een moeilijk thema is, maar het is onze collectieve intelligentie. Breinvariatie noem ik daarom liever anders bedraad zijn. Dat klinkt beter dan stoornis”, stelt Saskia Schepers, expert in neurodiversiteit, vitaliteit en leiderschap.

“Saskia, jij bent zo creatief, waren er maar meer mensen zoals jij!” Die opmerking van een collega triggerde Schepers om meer aandacht te gaan vragen voor neurodiversiteit. Zelf is ze hoogbegaafd en bipolair. Ze praat snel, denkt snel én is creatief. Maar dat schuurde regelmatig in haar werk als HR-professional in de bankensector. Ze kreeg de kans om kennissessies te organiseren. En dat sloeg aan.

Onlangs was ze te gast bij het event voor de partners van het Verbond van Verzekeraars, dat bestaat uit een gevarieerd gezelschap. Van advocaat tot IT-expert. Daar deelde Schepers haar visie op neurodiversiteit en legde uit hoe je ieders talent beter kan waarderen en benutten.

“De ene bloem heeft doorns. De ander niet. En niemand zal zeggen dat een roos een tulp met een stoornis is. Met breinen doen we dat wel.”

20 procent neurodivergent

Een van de basisprincipes van neurodiversiteit is natuurlijke variatie. Vergelijk het met biodiversiteit, en heel concreet met een bos bloemen. “Verschillende kleuren en vormen vinden we mooi. De ene kort, de ander lang. De ene bloem heeft doorns, de ander niet. En niemand zal zeggen dat een roos een tulp met een stoornis is. Met breinen doen we dat wel, want het ene brein vinden we normaal. Het andere niet."

Van de totale wereldbevolking heeft gemiddeld genomen 20% een neurodivergent brein. Ze denken, voelen, leren en communiceren anders dan mensen met een neurotypisch brein (80%). Neurodivergentie komt in vele vormen zoals dyslexie (10%), autisme (1-2%), hoogbegaafd (2-3%), bipolair (3%), hoogsensitief (20%) en synesthesie (5%). Schepers noemt het ook wel andersbedraad, want dát is wat veel neurodivergenten gemeen hebben; ze voelen zich hun hele leven al anders.

Schepers: “Bijna iedereen weet dat dyslectici niet goed kunnen spellen. Wat veel minder mensen weten, is dat ze ook vindingrijk zijn. Zij zijn de probleemoplossers in je organisatie. Hoe dat komt? Als een kind niet weet hoe het een woord moet spellen, gaat het een ander woord verzinnen of de zin herschrijven: dit brein wordt getraind in het zoeken van oplossingen.”

“Of denk aan bipolaire mensen. Ze zijn creatief en snel verveeld. Soms enorm opgewekt of juist depressief. Maar ze zijn óók in staat om grote beslissingen te nemen zonder weet van de uitkomst. In landen met een migratiegeschiedenis zoals Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland is het percentage bipolariteit veel hoger. Waarom? Zij waren met hun moed als eerste bereid om alles achter te laten zonder te weten waar ze uitkwamen.”

Collectieve Intelligentie

Diverse breinen brengen de mensheid een grote collectieve intelligentie en vormen de wereld. Schepers: “Als het niet nuttig zou zijn, was het evolutionair ook niet overeind gebleven. Iedereen heeft andere, maar nuttige talenten. Denk aan ADHDérs. Zij zijn super alert en hebben oog voor kansen. Lang geleden waren zij de jagers/verzamelaars: zoekend naar voedsel en onderdak. Snel afgeleid? Nee alert! Daarom werken deze breinen in deze tijd bij defensie, de politie, beeld en geluid, als ondernemer en op de spoedeisende hulp. We hebben elkaar dus nodig, want wat jij ziet, zie ik niet en andersom.”

“Medische labels plakken zorgt voor taboes door angst voor kritiek of negatieve impact op je carrière.”

Elkaar beperken door medische labels

Ondanks alle voordelen is er volgens Schepers meer waardering nodig voor neurodiversiteit. Ze vindt dat breinvariatie te vaak een medisch label krijgt (Autisme Spectrum Stoornis, Attention Deficit Hyperactive Disorder) en daarmee een stoornis wordt toegekend. Enerzijds heeft dat geleid tot meer professionele hulp wanneer je vastloopt. Maar deze labels gaan gepaard met veel stigma waardoor neurodivergenten zeer angstig zijn voor kritiek, vooroordelen en negatieve impact op hun carrière.

Voor het schrijven van haar boek Als alle breinen werken sprak Schepers met vele neurodivergente mensen. Die veel gemeen bleken te hebben, zoals het opgroeien met micro-agressie. ‘Zit nou eens stil. Doe nou eens normaal. Was je maar meer zoals je zus’, is wat ze continu horen. “Eigenlijk is dat hetzelfde als; was je maar een ander kind”, is haar afdronk. “En wist je dat kinderen met ADHD voor hun 10e levensjaar 20.000 meer negatieve opmerkingen krijgen dan andere kinderen? En ook op werk krijgen mensen met een ander bedraad brein opmerkingen als ‘van welke planeet kom jij?’ Of ‘we zijn toch allemaal een beetje autistisch, niet waar?’ Ze vervolgt: “Dat doet iets met je identiteit. Daarom passen ze zich vaak aan om te voldoen aan de norm.”

Mismatch

Maar wat is die norm? Volgens Schepers zijn het werkprocessen en standaarden die nu nog zijn ingericht op neurotypische breinen. Denk aan Agile-werken. Voor de één een uitkomst, voor de ander een hel. Daarnaast wordt er steeds vaker in projectgroepen gewerkt. Dat is veel samen, en dus (te) weinig alleen. Daardoor komen diegenen die meer verwerkingstijd nodig hebben in de knel.

Of neem de kantoortuin. Voor sommigen is dat een sensorische slijtageslag. Door het felle licht, kletsende collega’s en rinkelende kopjes om hen heen zijn ze onnodig snel moe. En flexwerken. Elke dag afwachten waar je terecht komt kan spanning en onrust veroorzaken. “Het zijn voorbeelden van processen en standaarden waardoor een mismatch kan ontstaan op de werkvloer.”

“Werken aan sociale en psychologische veiligheid. Dat kan je morgen al doen!”

Fijne voedingsbodem voor iedereen

Wil je collectieve intelligentie beter benutten? Creëer dan de juiste voedingsbodem waarin iedereen kan floreren. Want verschillende type breinen excelleren in verschillende situaties. Die juiste bodem creëer je in eerste instantie door anders bedrade breinen niet te beschouwen als ‘stuk of beperkt’. “Iemand die niet stil kan zitten, wordt beperkt als hij de hele dag stil moet zitten. Werkt diezelfde persoon op de spoedeisende hulp? Dan is er geen beperking,” legt Schepers uit.

Tot slot benadrukt ze dat ruimte maken voor neurodiversiteit werken is aan sociale en psychologische veiligheid binnen een organisatie. Sociale veiligheid houdt in dat je duidelijke normen en waarden hebt en uitdraagt. Dat doe je onder andere door een zero tolerance-beleid waarin geen plaats is voor micro-agressie. En, beloon goed gedrag. Psychologische veiligheid realiseer je door een actief beleid te voeren op diversiteit en inclusiviteit waarin ieders stem wordt gehoord en waarin tegengeluid de ruimte krijgt.

“Dit kan je morgen al doen”, stelt Schepers voor. “Vraag in een vergadering of gesprek eens wat verder door. Stel dat iemand zegt dat hij een hele andere mening heeft. Vraag dan of er iemand anders is die daar iets in herkent. Zo verspreid je het tegengeluid: noodzakelijk om groepsdenken te voorkomen. Door open te staan voor anderen, ga je op zoek naar elkaars wijsheid. En dat is nooit klaar. Het is en blijft de kunst om van stoornis-denken over te stappen naar context-denken: ieder brein heeft toegevoegde waarde en we moeten daar met elkaar de juiste (werk)omgeving voor creëren.”

Tekst: Ellen Jonges