Skip to Content

De Wft, van sectoraal naar functioneel toezicht

Om te beginnen, werd in 2007 de Wft ingevoerd. Daarvoor was het toezicht op financieel dienstverleners sectoraal geregeld. Dat betekent dat iedere sector (banken, verzekeraars en effecteninstellingen) eigen wetten en toezichthouders had. Sinds 2007 zijn die onder andere samengevoegd in de Wft. En is het sectoraal toezichtmodel overgegaan in het functioneel toezichtmodel. Dat model bestaat uit twee soorten toezicht; prudentieel toezicht en gedragstoezicht. Met in beginsel twee nationale toezichthouders: de Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

“Wanneer een financieel dienstverlener contracteert met een klant, komen de Wft en het BW samen”

Publiek- en privaatrecht

De Wft is publiekrechtelijk van aard. Dat houdt in dat deze wet de verhouding regelt tussen de overheid en financiële dienstverleners. Dat blijkt onder andere uit het gegeven dat financiële dienstverleners op grond van de Wft een vergunning nodig hebben om financiële diensten te mogen verrichten.

Verder regelt de Wft dus het prudentieel en gedragstoezicht. De eerste is gericht op de financiële stabiliteit van financiële dienstverleners en de financiële sector. De tweede ziet toe op gedragingen van die dienstverleners op de financiële markt en de kwaliteitseisen van producten en diensten.

Jitan: “De Wft is dus geen privaatrecht. Dat privaatrecht regelt onder andere de contractuele relatie tussen contractspartijen, zoals de relatie tussen een verzekeraar en een klant. En die relatie wordt grotendeels beheerst door het BW.”

Dubbel stelsel van zorgplichten

“Wanneer een financieel dienstverlener contracteert met een klant, komen de Wft en het BW samen”, vervolgt Jitan. “Uit beide rechtsgebieden, publiek én privaat, ontstaan namelijk zorgplichten. Dat noemen we een dubbel stelsel van zorgplichten. Veel medewerkers in de financiële sector zijn zich hier niet altijd van bewust.”

Volgens hem is er op de werkvloer vooral aandacht voor de verplichtingen die volgen uit toezichtwetgeving, de Wft. Dat komt onder andere doordat financiële dienstverleners moeten voldoen aan de vakbekwaamheidsvereisten. “Maar ook het BW, het privaatrecht, brengt verplichtingen met zich mee. En dat is niet altijd bekend. Zeker niet als je geen juridische achtergrond hebt of als je nieuw bent in de financiële sector”, merkt Jitan op.

“Basiskennis stelt je in staat om, ongeacht je functie, nog beter en bewuster bij te dragen aan stabiele, betrouwbare producten en diensten voor consumenten.”

Privaatrechtelijke zorgplicht kan verder reiken dan publiekrechtelijke zorgplicht

Die publiekrechtelijke en privaatrechtelijke zorgplicht speelt soms al een rol in de precontractuele fase, dus voordat er überhaupt een verzekering is afgesloten. Volgens Jitan is een levensverzekering met een beleggingscomponent daar een goed voorbeeld van:

“Op grond van het publiekrecht oet de verzekeraar een Key Information Document beschikbaar stellen aan de consument. Daarin staan de belangrijkste kenmerken van het product vermeld. Een assurantietussenpersoon die dergelijke producten adviseert aan klanten is er nog niet als dit document slechts wordt verstrekt aan de klant. De assurantietussenpersoon moet vanuit zijn privaatrechtelijke zorgplicht ook nagaan of de klant de werking van het product met de daarbij horende risico’s begrijpt. En moet beoordelen of het product echt past bij de klant.”

“In de praktijk zou dat met zich mee kunnen brengen dat de assurantietussenpersoon meer informatie of waarschuwingen moet verstrekken, dan dat hij op grond van het publiekrecht verplicht is. Het kan soms ook betekenen dat een assurantietussenpersoon een product dient te weigeren aan de klant. Dat maakt dat de privaatrechtelijke zorgplicht verder kan reiken dan de publiekrechtelijke zorgplicht.”

Belang van basiskennis

Hij vervolgt: “Als medewerker ben je een kleine schakel in het grote geheel van het verzekeringsbedrijf. Als je een goede juridische basiskennis hebt, weet je welke rechten en (zorg)plichten er wanneer kunnen gelden. En belangrijker nog, waar je rekening mee moet houden. Basiskennis stelt je in staat om, ongeacht je functie, nog beter en bewuster bij te dragen aan stabiele, betrouwbare producten en diensten voor consumenten. Voor je buren. Je familie. Je vrienden. Kortom; voor iedereen die in Nederland een verzekering wil afsluiten.”

Meebewegen met de tijd

“Het interessante is”, besluit Jitan. “dat de financiële wereld door nieuwe technologieën, digitalisering en strengere wetgeving continu verandert. Dat geldt ook voor de zorgplichten. Want wat betekent het als klantcontact steeds vaker via chatbots verloopt in plaats van telefonisch, of in plaats van een persoonlijk adviesgesprek op kantoor? En hoe zorg je ervoor dat de belangen van de klanten centraal blijven staan? Het meebewegen met de tijd blijft fascinerend. Daarom deel ik als gastdocent mijn kennis graag met studenten van de UvA-master Verzekeringskunde. Én met de deelnemers van de basiscursus van het Verbond.”

Course Basis Verzekeringsrecht

Ook een goede basiskennis opdoen? Of wil je jouw kennis van het verzekeringsrecht opfrissen? Doe dan mee aan de course Basis Verzekeringsrecht. Met een bijdrage van Vijay Jitan (UvA en Kifid), Donald Hellegers (Open Universiteit en Kifid) en Pieter Leerink (JPR Advocaten). De volgende start op 3 juni.