
Feiter noemde het in haar bijdrage “essentieel” dat Nederland klimaatbestendiger wordt. “Er is al veel mogelijk. Zo kunnen we door het nemen van de juiste maatregelen, ook op risicovolle plekken veilig wonen en werken. Maar dan moeten we wel oog hebben voor de risico’s en deze vanaf het begin mee laten wegen bij ruimtelijke keuzes. Alleen op die manier kunnen we pijnlijke en dure aanpassingen voorkomen en vermijdbare overstromingsschade voor zijn.”
Bouwwetgeving
Volgens Feiter is klimaatadaptatie vooral bij bouwprojecten nog te vrijblijvend. “Als we ongemak en leed voor zowel burgers als bedrijven willen voorkomen, moeten we klimaatadaptatie veel meer verankeren in (bouw)wet- en regelgeving. Bovendien weet iedereen dan ook waar hij of zij aan toe is.”
Early warning
In een korte pitch voor zeven Kamerleden benadrukte de directeur Schade van het Verbond dat vroeg waarschuwen voor extreem weer van het grootste belang is om de schade te beperken. “Uit een onderzoek van de World Meteorological Organization blijkt dat het zogenoemde early warning wereldwijd kan leiden tot een besparing van maar liefst dertig procent. Wij werken samen met het KNM en verzekeraars gebruiken het KNMI Early Warning Centre om tijdig klanten te waarschuwen en zelf op te schalen bij naderend extreem weer.”
Heldere transitiepaden
Aan het einde van haar betoog richtte Feiter haar blik nog kort op 2050. “Als we uiterlijk in 2050 de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie willen bereiken, moeten we nu stabiele transitiepaden uitstippelen. Liefst met heldere tussendoelen per sector, want die helpen bedrijven en consumenten om de juiste (investerings)beslissingen te nemen. Naast het feit dat transitiepaden ervoor zorgen dat de terugverdientijd inzichtelijker wordt, zijn ze ook voor verzekeraars van essentieel belang. Verzekeraars zijn immers als geen ander gericht op de lange termijn.”
Hoe staan we ervoor in 2050?
“De wetenschap heeft een goed beeld van wat er op ons afkomt en met de kennis van nu wil ik u graag meenemen naar het jaar 2050.” Bioloog Arnold van Vliet (Wageningen University) schetste in het laatste blok van het rondetafelgesprek een ronduit angstaanjagend beeld van de toekomst.
De wereld heeft, door aanhoudende geopolitieke spanningen, de uitstoot van broeikasgassen niet kunnen stabiliseren. Sterker nog, de gemiddelde temperatuur is gestegen. In ons land is het gemiddeld twee graden warmer dan in 2025, “maar voor het goed inschatten van de kosten en de impact, moeten we naar de extremen kijken. En die nemen sneller toe dan de gemiddelden.”
Muggen met virussen
Van Vliet ging in zijn bijdrage in op droogte, een ronduit beroerde biodiversiteit waarin muggen met virussen snel terrein winnen, grootschalige natuurbranden en een orkaan die bij de Maasvlakte aan land komt. In dit artikel beperken we ons tot de hitte. “In 2050 houden drie hittegolven van samen 60 dagen het land vrijwel de hele zomer en het begin van de herfst in zijn greep. Op vijf dagen loopt de temperatuur op tot 42 graden en in het midden van het land worden 28 tropische nachten geregistreerd. Ondragelijk heet, terwijl onze huizen niet zijn ingesteld op dit soort omstandigheden.”
Duizenden hittedoden
De gevolgen zijn niet mals. “Die zomer sterven er in korte tijd 8.200 mensen extra. Daarnaast belanden veel mensen in ziekenhuis of verzorgingstehuis. Het bereiken van die (te)huizen is lastig, omdat bruggen niet meer open- of dichtgaan. Over heel Europa loopt het aantal doden op tot minimaal 153.000, een nieuw record. Zwemwater kan geen verkoeling brengen, want dat bevat door het hele land blauwalg. En publieke fonteinen worden afgesloten in verband met legionellagevaar.”
Terugkijken met trots?
De boodschap van Van Vliet is onheilspellend. Klimaatverandering beïnvloedt onze leefomgeving en onze gezondheid. “Ik hoop dat het ons lukt om vooral te voelen dat we veel meer moeten zorgen voor onze natuur. En daarmee voor onszelf, onze (klein)kinderen en de generaties daarna. Stel uzelf de vraag: op welke actie die u dit jaar kunt nemen, kunt u in 2050 met trots terugkijken?”
Nieuwsgierig naar de andere bijdragen? Bijvoorbeeld van Sandra Phlippen (ABN Amro) of Wouter Botzen (Instituut voor Milieuvraagstukken) van het blok Economie. Of van Coby van der Linde (Centre for International Energy Policy), Deltacommissaris Co Verdaas of Maarten van Aalst (KNMI) uit het blok Veiligheid. Of uit het derde blok, Leefomgeving en gezondheid: Joost van der Ree (Programmamanager Klimaat) en Annemiek Nijhof (Deltares). Klik hier!