
Dat zei Gijs Kloek (Achmea) vorige week tijdens de Platform Talk die DNB organiseerde. Kloek is voorzitter van de werkgroep Klimaatadaptatie, een van de werkgroepen die valt onder het Platform voor Duurzame Financiering. Met zo’n zeventig vertegenwoordigers - uit de financiële sector, van de overheid en diverse andere organisaties - onderzoekt deze werkgroep hoe fysieke klimaatrisico’s en klimaatadaptatie invloed hebben op de economie en op de financiële sector. Daarnaast kijken ze welke bijdrage de financiële sector, al dan niet met de overheid of het bedrijfsleven, kan leveren aan klimaatadaptatie.
In een stroomversnelling
Kloek gaf in deze Platform Talk, samen met Esther Egeter (a.s.r.), een update van de drie belangrijkste thema’s waarmee de werkgroep zich bezighoudt: overstroming & wateroverlast, funderingsproblematiek en agrarische risico’s. “Het is alweer even geleden dat wij ons rapport Klimaatadaptatie in een stroomversnelling aan toenmalig minister Harbers (I&W) hebben aangeboden. In dat rapport doen wij veel aanbevelingen. Aan de financiële sector, de overheid en het bedrijfsleven. Het laatste dat wij willen, is dat het rapport in een la verdwijnt. Er moet echt wat gebeuren.”
Werkgroep Klimaatadapatie
Meer weten over de werkgroep, het Platform Duurzame Financiering of nieuwsgierig naar de aanbevelingen uit het rapport Klimaatadaptatie in een stroomversnelling? Kijk op de speciale website van DNB.
Warmer, droger en natter
Egeter benadrukte op haar beurt dat de blik in dat rapport voor een belangrijk deel van buiten naar binnen is geweest. “Wij hebben ons laten leiden door vier trends: het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. Die trends doen zich nu al voor en dat heeft impact op onze economie. In het rapport kijken wij vooral naar de gebouwde omgeving, de agrarische sector, de industrie en de transportsector. Bij die eerste, de gebouwde omgeving, zien we bijvoorbeeld dat zowel bedrijfspanden als particuliere huizen veel vaker water- en weerschade oplopen. Daarnaast (voor)zien wij de nodige risico’s voor de industrie. In periodes van droogte legt de overheid vanzelfsprekend het watergebruik aan banden. Dat heeft gevolgen voor de agrarische sector, maar ook voor andere bedrijven, bijvoorbeeld doordat ze te maken krijgen met lage rivierstanden waardoor ze hun producten niet meer aan- of afgevoerd krijgen. We hebben het in ons rapport over reële problemen voor de economie, die nu al regelmatig de kop opsteken.”
Rol financiële sector
Vanzelfsprekend worden ook de financiële risico’s in het rapport beschreven. Egeter: “Wij financieren en verzekeren al die sectoren. De impact die die vier sectoren voelen, merken wij dus ook. Wij verzekeren de gebouwen die meer klimaatschade oplopen. Net zoals we de waarde van onze investeringen zien teruglopen, terwijl de kosten alleen maar stijgen. Juist daarom hebben wij ook van binnen naar buiten gekeken. Wat kunnen wij zelf doen om Nederland klimaatbestendig(er) te maken?”
Ook die vraag heeft weer geleid tot een reeks aanbevelingen, merkt Kloek op. “Wij hebben de oplossingen verdeeld over 5 clusters: 1. Communicatie, 2. Wonen, 3. Bedrijven, 4. Data en 5. Beleggingen. Een oplossing kan gaan over het beschikbaar stellen van data. Of het aanpassen van regelgeving. Maar je kunt ook denken aan productontwikkeling door de financiële sector of juist het aan de slag gaan met klimaatadaptatie door het bedrijfsleven.”
Esther Egeter (a.s.r.): "We hebben het in ons rapport over reële problemen voor de economie, die nu al regelmatig de kop opsteken"
Green Deal
Zo richt het cluster Bedrijven zich onder meer op bedrijventerreinen. In Friesland is een pilot gestart over het vergroenen van zo’n bedrijventerrein. Kloek: “Welke klimaatadaptieve maatregelen kun je nemen om een bedrijventerrein groener te maken? En hoe leg je zo goed mogelijk vast welke doelen je nastreeft en welke partij wat moet doen? We hebben daarvoor een opzet voor een Green Deal gemaakt, die bedrijven kunnen gebruiken om zoveel mogelijk partijen mee te laten doen en uiteraard ook mee te laten betalen.”
Pilot voor verzilting
Daarnaast heeft het cluster Bedrijven een werkconferentie (Samenwerken aan een weerbare landbouw en natuur) georganiseerd met het ministerie van LVVN. “Doel was vooral om kennis te delen en elkaar te inspireren”, legt Kloek uit. “Zo zullen wij dit jaar op Schouwen-Duiveland een verkenning doen met verzilting. Door verdroging dringt er meer zout kwelwater door in vruchtbare landbouwbodems in kustgebieden. Gewassen kunnen daardoor minder goed groeien. Met een publiek-private pilot proberen we een aantal bewezen oplossingen nu breder op te schalen.”

Funderingsproblemen
Het cluster wonen heeft vooral te maken met de funderingsproblematiek. Kloek: “We zijn een pilot gestart in de wijk Bloemhof in Rotterdam. En we zijn met de gemeente Dordrecht in gesprek. Wij merken dat gemeenten vaak niet weten hoe wij werken en andersom. Het leren kennen van elkaars werelden is belangrijk. Door samen te werken, begrijp je elkaar beter en kun je elkaar ook beter vinden.”
Wijk Bloemhof
In de wijk Bloemhof gaat het, volgens Kloek, om woningen die in de jaren twintig van de vorige eeuw zijn gebouwd. “Die woningen waren eigenlijk bedoeld als oplossing van een tijdelijk huisvestingsprobleem voor de havenarbeiders. De straten zijn nauw waardoor er geen ruimte is voor klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte en de woningen zijn erg slecht geïsoleerd. Het is kostbaar om de woningen te verduurzamen. Het grootste probleem is dat de woningen niet zijn onderheid en daardoor wegzakken door de zachte bodem. Dat leidt tot scheuren in de muren, wateroverlast en schimmel. In samenwerking met de gemeente Rotterdam kijken wij naar een financieringsoplossing. Een lastige puzzel, maar het voordeel is wel dat een oplossing bijdraagt aan de energietransitie, sociale duurzaamheid en het beperken van (toekomstige) waterschade.”
Gijs Kloek (Achmea): "In samenwerking met de gemeente Rotterdam kijken wij naar een financieringsoplossing voor de wijk Bloemhof"
Data
Egeter vertelt vervolgens dat het delen van data essentieel is om samen verder te komen. “Het cluster Data is in het afgelopen jaar met name betrokken geweest bij het Dutch Climate Risk Portal, een portaal waar alle informatie over klimaatgevaren straks samenkomt en door de financiële sector kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld de risicomodellen.”
Ook niet onbelangrijk is, meldt ze, dat het ministerie van IenW de mogelijkheden van een waterlabel aan het onderzoeken is. De naam van dit label staat nog niet vast, maar het zou mooi zijn als er informatie beschikbaar komt over de watergevaren bij gebouwen. Die informatie kan dan centraal gecoördineerd en op uniforme wijze worden aangeboden. “Huiseigenaren en mensen die een bedrijfspand hebben, krijgen daarmee handelingsperspectief”, aldus Egeter.
Beleggingen
Het vijfde en laatste cluster, Beleggingen, richt zich vooral op het financieren van groene daken. Egeter: “Mooi daarbij vind ik dat het cluster ook kijkt naar mogelijke financieringsoplossingen om gebouwen klimaatadaptiever te maken. Vaak is er immers sprake van wijken met veel sociale woningbouw en hoe kun je daar vergroenen? Samen met een gemeente zoeken naar manieren om dat te kunnen financieren, is een mooie uitdaging. Gelukkig krijgen we hulp van de TU Delft die onderzoek doet naar publiek-private financieringen.”
Het cluster Beleggingen zoekt nog deelnemers, meldt Kloek tot besluit. “Bovendien zijn alle ideeën welkom en hebben wij kort samengevat maar één belangrijke boodschap aan de hele financiële sector: ga samen met de klant met klimaatadaptatie aan de slag!”