Skip to Content

Van start

Van Leuven (links op de foto) is lid van het Duurzaam Transitieteam van Nationale-Nederlanden (NN). Dat team werkt aan meer focus en regie op herstellen in plaats van vervangen. Toen het Manifest Duurzaam Schadeherstel na de start (juni 2023) meer vorm kreeg, was het voor hem logisch om mee te doen. Samen met de aangesloten deelnemers verkende hij relevante casussen en zette met het kernteam 6 projectgroepen op die dit voorjaar 18 pilots uitvoeren. Zelf is hij onder andere betrokken bij het project Circulariteit bij bulkschades dat bestaat uit 3 pilots.

Schadepreventie

De eerste pilot is een aangescherpte schade-intake bij waterschade. Van Leuven: “Meldingen komen op verschillende manieren binnen; telefonisch, via internet of het intermediair. De schadebehandelaar, in dit geval van NN, stuurt de klant vervolgens een digitale flyer met tips over wat te doen bij waterschade. Kort daarna belt die medewerker de klant om de tips door te nemen. Denk aan het weghalen en droogmaken van spullen uit het lekkagegebied. Het tijdig vervangen van natte handdoeken. En elektrische apparaten uit het stopcontact verwijderen en verplaatsen. Dat draagt niet alleen bij aan schadepreventie, maar is ook veiliger en gezonder als je kijkt naar kortsluiting en schimmel.”

Effectief?

“Deze werkwijze is een uitbreiding op ons standaard proces”, vertelt Van Leuven. “De flyer sturen en het nabellen doen we normaal gesproken niet. Reconditioneringsbedrijven spreken de klant wel, maar in deze pilot doen we dat veel uitgebreider.” Ter plaatse kijkt de reconditioneerder of de tips zijn opgevolgd en onderzoekt of we de schade daarmee zo klein mogelijk houden. De kracht zit hem in de samenwerking met onze partners.”

“Neem beschadigd gips. Dit is eindeloos recyclebaar en kan na verwerking breed worden ingezet."

Waardebehoud maximaliseren

Pilot 2 gaat over hergebruik van (bouw)materialen als laminaat, hout en gips. De reconditioneerder vraagt zich in deze pilot bewuster af wat na waterschade onbruikbaar is. En wat hergebruikt kan worden om het waardebehoud te maximaliseren. “Neem beschadigd gips. Dit is eindeloos recyclebaar en kan na verwerking breed worden ingezet”.

Ook de derde pilot gaat over het maximaliseren van waardebehoud. De projectgroep werkt namelijk aan het beter herbestemmen van beschadigde gebruiksvoorwerpen als bijvoorbeeld stoelen, banken en kasten. Deze voorwerpen worden met zorg nagekeken, schoongemaakt en hersteld. En worden dan weer in gebruik genomen op plekken waar er vraag naar is.

Samen doen

Samen doen is één van de uitgangspunten van het manifest. In dit geval zijn dat verzekeraar NN, reconditioneringsbedrijven Polygon en Dolmans en de expertisedienst van CED. “Het is cruciaal om duidelijke werkafspraken te maken”, vindt Van Leuven. “Als een verzekeraar circulair wil werken, zal een schade-expert en een reconditioneerder ook vanuit een duurzaamheidsgedachte naar een beschadigd object moeten kijken in plaats van zaken meteen afschrijven. Of denk aan snelle of juist meer tijdrovende droogtechnieken na waterschade. Het gaat erom dat alle partijen oog hebben voor de meest duurzame en betaalbare optie.” Van Leuven is dan ook van mening dat je veel meer kan bereiken als je circulariteit toepast in de hele keten.

"Het kan best zijn dat sommige dingen niet lonen. Maar met wat wel werkt, kunnen we verder."

Meten is weten

Op basis van de huidige werkprocessen deed de werkgroep in december een 0-meting. Er is berekend hoeveel kilo materiaal en afval er na een gemiddelde waterschade uit een woning komt. Met die data is vervolgens berekend hoeveel CO2-uitstoot dat oplevert. Na afronding van de pilot met de nieuwe werkwijze (eind maart) volgt de uitkomst van de 1-meting. Dan wordt duidelijk of de pilots leiden tot minder schade, minder afval en dus minder CO2-uitstoot. “Het kan best zijn dat sommige dingen niet lonen. Maar met wat wel werkt, kunnen we verder!”

Voer voor CSRD

Van Leuven kijkt uit naar 27 maart. Dan delen de projectgroepen de resultaten van 18 pilots met elkaar. Waar hij ook naar uitkijkt, zijn de allereerste CSRD-rapportages. Volgens hem kunnen bedrijven daarmee veel van elkaar gaan leren. Bijvoorbeeld over het meten van CO2-uitstoot, andere duurzame initiatieven en de behaalde CO2-reductie. “Ook de uitkomsten van de pilots vinden hun weg naar de CSRD-rapportage. Want als we de positieve uitkomsten van de pilot Circulariteit bij bulkschades implementeren in de hele branche, kan dat een substantiële CO2-reductie opleveren.” En zo kunnen alle 18 pilots dus bijdragen aan de ESG-doelstellingen.

Mijlpalen Manifest Duurzaam Schadeherstel

Tijdens het Captains Dinner op 27 maart worden de inzichten en successen van de 18 pilots gedeeld, waaronder concrete resultaten over energieverbruik, mobiliteit en circulariteit. Verder ook een vooruitblik, want hoe kunnen en willen partijen door om de impact verder te vergroten? Met inmiddels 20 aangesloten organisaties en de steun van initiatiefnemers het NIVRE, Schoonmakend Nederland en het Verbond van Verzekeraars groeit de beweging.